• header-slider-001.jpg
  • header-slider-002.jpg
  • header-slider-003.jpg
  • header-slider-004.jpg
  • header-slider-005.jpg
  • header-slider-006.jpg

Le Tour de Pyrénées 2004

Na me uitgeleefd te hebben op de Ventoux stond er ook nog een rondreis door de Pyreneeën op het programma.

Het betrof een rondreis georganiseerd door EnRoute Fietsreizen, met de bekende en vele minder bekende cols in dit prachtige gebied. Gezien het tijdstip, rond de ‘Tour’ is het misschien wel aardig enkele historische cols nader te beschrijven die ik tijdens deze rondreis heb beklommen.

Col du Tourmalet.

In de Tour van 1905 werd de eerste berg in de route van de Tour opgenomen. De Ballon d’Alsace in de Vogezen was de eerste col in de Tour. Vijf jaar later in 1910 werden de Pyreneeën voor het eerst aangedaan, met meteen de ‘echte’ cols, zo ook de Tourmalet. Sindsdien stond deze col nog 71 keer in het routeschema van de “Grand Boucle”. Voorlopig de laatste keer was in 2003 toen Sylvain Chavanel als eerste doorkwam op 2114 meter hoogte. Tijdens mijn rondreis heb ik beide zijden beklommen vanuit Luz-Saint-Sauveur, en de klassieke kant vanuit Ste-Marie de Campan. Vanuit Ste-Marie de Campan is het 17 km naar de top en zijn de laatste 10 km van de klim 9,1% gemiddeld! Het is wel een col die ‘loopt’, en regelmatig steil is. Het was voor mij dit jaar de 7e keer dat ik deze col reed. Voor wat het waard is heb ik dit jaar voor het eerst geklokt vanuit Ste-Marie de Campan had ik 1 uur en 11 minuten nodig om boven te komen.

Col d’Aubisque

Nog zo’n col die zijn naam en faam meer dan waar heeft gemaakt in de tour. Vanaf 1910 werd deze col 70 keer genomen in de Tour. Vanuit Laruns is het 17 km naar de top. Wil je vanaf de oost kant de top bereiken dan zul je eerst de Soulor over moeten waarna je na een korte afdaling van 3 km nog 7 km verder klimt naar de top van de Aubisque. Drie km onder de top kom je dan langs de plek waar op 17 juli 1951 Wim van Est met gele trui en al ‘t Ravijn lazerde. Ter nagedachtenis daarvan werd 50 jaar na dato een plaquette onthult waar onze “Wimme” toen nog bij was, en emotioneel de onthulling deed. Drie keer heb ik de Aubisque nu gereden. Vanuit Laruns en (incl. Soulor) vanuit Argelès en Arthez-d-Asson. Vanuit Arthez-d-Asson (noordzijde) vind ik de mooiste kant van de drie, en vanaf Laruns de zwaarste.

Col de Portet d’Aspet

Misschien niet een col die tot de verbeelding spreekt. 49 keer opgenomen in het schema van de Tour, maar sinds 18 juli 1995 niet meer weg te denken uit de Tour. Tijdens de 15e etappe valt Olympisch kampioen Fabio Casartelli in een bocht, slaat met zijn hoofd tegen een betonnen blok en laat het leven. Het staat me nog helder bij, Virenque wint de etappe na een fameuze solo, of het moment dat Chiappucci het nieuws hoorde tijdens de etappe. Vier keer heb ik deze klim gedaan. Het is een lastige klim, maar te doen.

Verder heb ik in de 10 dagen in de Pyreneeën nog vele andere colletje en bergjes gedaan, zoals Pyresourde, Menté, Aspin etc.. Het was voor mij weer enkele jaren geleden dat ik daar was. Het is echt een prachtig gebied om te fietsen, en hoop er toch weer eens terug te komen.

 

Hoofdsponsors

 

Subsponsors

facebook-icoon-klein